Een ‘niet normaal’ jaar….
december 29th, 2011 § Geef een reactie
2011: het jaar van de Arabische opstanden; het jaar waarin de euro bijna verdween; het jaar waarin het begin van het einde van Poetin wordt ingeluid; het jaar waarin ene J.C. a.k.a. De Verlosser wilde dat hij werd verlost van Ajax; het jaar van de tsunami en kernramp in Japan; het jaar waarin er voor het eerst officieel bekend werd wat al jaren bekend was, dat Iran aan een kernwapen werkt; opnieuw een jaar waarin duidelijk wordt dat Obama de Democraten en Republikeinen echt niet kan laten samenwerken; het jaar ook van Occupy uiteraard, waar waren ze niet vindbaar?; het jaar van de bezuinigingen; het jaar van Mauro; het jaar ook van de dood van Osama Bin Laden en Kim Jong-Il (wellicht de beste golfer allertijden); het jaar van het vervolg van het proces van de eeuw volgens sommigen; het jaar van Anders Breivik ook.
Ongetwijfeld zal ik nog heel veel gebeurtenissen vergeten zijn. Maar het geeft aan dat, ook al is nieuws (wat veel mensen nogal eens vergeten) per definitie iets dat ‘niet normaal’ is, 2011 een voor nieuwsbegrippen zelfs ‘niet normaal’ jaar was.
En voor mij was het maar goed ook, dat het een ‘niet normaal’ jaar was. Het was op nieuwsgebied voor mij het beste wat mij kon overkomen, met als ‘hoogtepunt’: de Arabische Lente.
En ja, normaal typ ik het woord Lente, als ik het al gebruik, tussen aanhalingstekens, maar voor deze gelegenheid even niet. En wel om de volgende reden: omdat het in één klap inzichtelijk maakte waar je het als journalist uiteindelijk voor doet, en welk nut de journalistiek uiteindelijk kan hebben.
Natuurlijk, journalisten hebben een controlerende taak/plicht, een onthullende taak, en door het publiceren van bepaalde feiten, of het inzichtelijk maken van bepaalde processen (een analyse, opinie, column of hoofdredactioneel) hoop je dat mensen dingen wel of niet doen. Wellicht alleen al door de dreiging van de vrije pers is er hier minder corruptie dan in landen waar die pers niet aanwezig is. Dat is niet per definitie zo, in Groot-Britannië bijvoorbeeld, bleken corruptie en vrije pers hand in hand te gaan zoals was te zien bij News of the World. Aan de andere kant was dat nooit aan het licht gekomen zonder vrije pers. Het is dus heel dubbel en ingewikkeld, maar voorop lijkt toch te staan dat vrije pers van groot belang is voor een ontwikkelde maatschappij.
Maar ook lijkt te gelden: hoe meer ontwikkeld een samenleving is, hoe minder je nog geneigd bent te zien ‘waarvoor je het allemaal doet’, zeker in het geval van de journalistiek, tenzij je een grote politieke of maatschappelijk relevante scoop hebt. De meeste waarden, ook al staan sommige tegenwoordig onder druk, zijn hier al bevochten en worden niet alleen door journalistiek, maar ook door vakbonden, door het politieke apparaat op allerlei niveaus gecontroleerd en in verreweg de meeste gevallen worden daardoor ook die waarden in stand gehouden.
In een tijd waarin overal op wordt bezuinigd, en dit gold al een tijdje voor de schrijvende pers wegens dalende oplagecijfers bij de (landelijke en regionale) dagbladen, denk je wel eens: waar doe je het allemaal voor, als er zoveel op bezuinigd kan worden, wat is het dan waard? In een vrije markteconomie is het simpel: het is zoveel waard als ‘de gek’ ervoor geeft. En dan lijkt het dat er niet veel gekken zijn, en dat die er al helemaal niet veel voor willen geven.
Toegegeven, dat is wellicht wat kort door de bocht en wat zwart-wit, maar toch. Het zet je aan het denken….
…..totdat: Al-Jazeera beelden uitzendt van een vol Tahrir-plein, Nieuwsuur allerlei extra uitzendingen maakt over wat al snel de Arabische Lente wordt genoemd. Even los van hoe alle verhalen zich nog ontwikkelen in alle landen waar er een dictator/regime al dan niet is verdwenen , hebben de demonstranten die vaak letterlijk vechten voor een beter bestaan de media nodig. Zonder camera’s, zonder beeld, zonder geluid, zonder reportages, zonder kranten….had de Arabische Lente wellicht niet plaatsgevonden. Wellicht had ‘ie wel plaatsgevonden, maar niemand wist er vanaf. Een soort van ‘het is oorlog, maar niemand kwam oorlog voeren’. Hoeveel doden waren er in Egypte gevallen als er geen journalisten aanwezig waren? Was het dan een tweede Syrië geworden? En zelfs in Syrië, waar het heel erg slecht is en waar het regime van Bashar al-Assad op een vreselijke manier onschuldige burgers afslacht, heeft er nog geen tweede Hama plaatsgevonden. (in 1982 werden er tienduizenden burgers afgeslacht, schattingen lopen uiteen van 17.000 tot 40.000)
Spreek ik mezelf nu tegen? Deels, want in Syrië mag geen journalist het land is, en als het al mag, dan mag die journalist zeker niet met iemand praten die ook maar enigszins het regime afvalt. Beelden van YouTube moeten ‘ons’ het verhaal vertellen. Maar die verhalen worden door middel van YouTube (en analisten vaak in een studio-interview) wel gemeld in journaals en actualiteitenrubrieken over de hele wereld, waardoor het regime niet helemaal schaamteloos huis kan houden en waardoor er nog geen grote etnische zuiveringen plaatsvinden in Syrië. En nogmaals, het blijft heel vreselijk wat er daar gebeurt, dat staat buiten kijf.
Zo kun je nog allerlei verhalen vertellen over bijvoorbeeld Libië, over de rol van de diplomatiek, over geografische ligging (waardoor in sommige landen wel, en andere landen niet wordt ingegrepen), de hypocrisie van de Westerse wereld ten opzichte van de Arabische landen enz etc. maar daar gaat dit blog niet over.
Zo tegen het eind van het jaar blik ik terug over wat voor mijzelf de belangrijkste gebeurtenis op werkgebied is geweest (deze site gaat niet voor niks over journalistiek), en dan is die Arabische Lente voor mij erg belangrijk geweest. Omdat het uiteindelijk, alle goede en slechte dingen naast elkaar gelegd: het goede wat mij betreft de overhand heeft, vooral kijkend naar de situatie in Tunesië en toch ook wel in Egypte in the end…
Ik snap ook wel dat er in Egypte veel analfabetisme is, dat er veel conservatieven wonen en dat de verkiezingen, voor zover ze al iets uitmaken zolang het leger aan de macht blijft, gewonnen worden door de Moslimbroederschap. Prima, als het merendeel van de mensen dat daar op dit moment zo wil, dan is dat zo. En dat het leger, nog, aan de macht is, dat zie ik ook wel. Maar democratie, dat gaat niet van de een op de andere dag, kijk maar naar Irak.
Ik vond het zo belangrijk wat er in dit jaar in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gebeurde en nog altijd gebeurt, dat ik het zelf wilde zien. In Cairo zag ik mensen van mijn eigen leeftijd, die hetzelfde wilden als wat iedereen hier in Nederland ook zou willen wanneer we hier in een dictatuur leefden: een beter leven, meer vrijheid en het terugkrijgen van je eigen waardigheid. Mijn eigen generatiegenoten, die dus letterlijk vochten voor hun leven, waar niemand zekerheid had of hij of zij het einde van de dag zou halen, maar waarbij er gevochten werd voor een beter land, voor een betere toekomst.
Of ik hetzelfde gevoel zou hebben als ik alleen oudere conservatieve mensen had ontmoet? Dat weet ik niet, sterker nog, ik ben wel zo eerlijk om te zeggen dat het hypocriet zou zijn als ik direct: ‘ja natuurlijk’ zou beweren. Je kunt je nu eenmaal makkelijker identificeren met mensen die op jou lijken dan met iemand die het tegenoverstelde is van jezelf.
En los van al deze bespiegelingen, uiteindelijk is het niet de pers die bepaalt of het ergens beter of slechter gaat in een land op het gebied van democratie, van mensenrechten, van economie, van werkgelegenheid enz. En het is ook allemaal nog maar de vraag in hoeverre de Arabische opstanden over pakweg twintig jaar de Arabische landen daadwerkelijk wat wij hier in het Westen dan vooruitgang noemen, hebben gebracht. De pers kan echter wel zijn steentje bijdragen door inzichtelijk te maken wat er gebeurt. Of dat aan het eind van de dag een verschil maakt? Je maakt als journalistiek in elk geval geen verschil als je er geen aandacht aan besteedt.
En voor nu vind ik het ook wel even mooi klinken, zo aan het einde van het jaar, al was het maar voor mezelf: dat de pers wel degelijk een verschil kan maken. Want ja, ook dat is toch even fijn om te horen, dat je een studie hebt gedaan en uiteindelijk in een vakgebied bent terecht bent gekomen waar je ‘wel degelijk een verschil kan maken’.
Dit is deel 1 van deze blog.
Over twintig jaar volgt deel 2, met de eindconclusie, dan zullen we zien of dit allemaal slechts jeugdige naïviteit was
Gezamenlijke haat creeërt eenheid (over de Israëlische ambassade in Caïro)
september 5th, 2011 § Geef een reactie
“Vanmiddag om 1 uur is er een demonstratie bij de Israëlische ambassade om te betogen tegen het doodschieten van een aantal Egyptische soldaten in de Sinaï-woestijn, in het grensgebied met Israël.” Zoiets, maar dan in 140 tekens, zag ik in mijn timeline op twitter voorbij komen. Die piramides die ik bezocht had en de nacht dat ik me door een Egyptenaar door Caïro rond liet leiden waren leuk, maar zo’n demonstratie leek me eigenlijk nog honderd keer interessanter.
Vooropgesteld, het feit dát er al een demonstratie tegen Israël werd georganiseerd was al vrij uniek. Voor de revolutie van 25 januari was dat niet mogelijk geweest. Aan de andere kant: mensen voelen zich nu vrij, zijn trots op Egypte en laten niet ongestoord het eigen volk neergeschoten worden, zeker niet door een land dat door veel Egyptenaren toch als soort van vijand gezien wordt. En dus is het ene, de demonstratie, eigenlijk ook weer een logisch gevolg van het andere, de revolutie.
Het begon allemaal vrij rustig, er was bijna meer media aanwezig dan demonstranten en het leek er ook niet drukker op te worden. De eisen van de demonstranten waren onder meer het terugroepen van de Egyptische ambassadeur uit Israël, het wegsturen van de Israëlische ambassadeur uit Caïro, en….het neerhalen van de Israëlische vlag bij de ambassade. Over dat laatste later meer…
Op het hoogtepunt waren er in de middag wellicht 250 demonstranten. Van dichtbij zag dat er indrukwekkend uit….
Van enige afstand zag het er al heel wat minder indrukwekkend uit….
De demonstratie leek niet echt van de grond te komen die middag.
Die middag dus niet….maar nadat het vasten mocht worden gebroken, nadat de zon onder was gegaan, zou er nog het een en ander gebeuren.
Opnieuw op twitter zag ik voorbij komen dat het die avond inmiddels een stuk drukker was bij de ambassade en dat de sfeer gespannen was. Het leger was zich er intussen ook mee gaan bemoeien. Het mag duidelijk zijn: ik moest dus weer naar die ambassade. Omdat ik de eerste keer niet goed wist waar ik heen moest, vroeg ik maar om mij bij de ambassade af te zetten. Toen ik daarna direct door niet al te weinig politie-agenten werd gevraagd naar m’n paspoort en wat ik kwam doen, besloot ik de taxichauffeur de tweede keer me maar af te laten zetten bij het Four Seasons hotel. Dat lag er vlakbij en ik zou mezelf erdoor uit de problemen houden. Zo gezegd, zo gedaan. Ondertussen liep ik richting de ambassade, en aan het lawaai te horen waren er inmiddels wat meer demonstranten aanwezig.
Niet alleen dat, er de sfeer die op twitter als ‘gespannen’ werd omschreven, kon ik meteen bevestigen. Opgefokte figuren sloegen met ijzeren staven op alles wat maar kabaal maakte (niet op mensen overigens). Er stonden twee tanks van het leger in de buurt van een barricade bestaand uit metershoge betonblokken die de ambassade diende te beschermen tegen….demonstranten. Het was niet de meest stevige barricade, het ding was in elk geval niet berekend op een paar honderd man die tegelijkertijd de barricade neer wilde halen.
Een hoop geschreeuw, Palestijnse vlaggen wapperend, Israëlische vlaggen in de fik zettend, en barricade-neerhalend later was het dan zover. De weg naar de ambassade was vrij. Een aantal lichtkogels, afgevuurd door het leger, mocht niet baten. Wanneer je echte kogels hebt gevoeld op het Tahrir-plein in januari kan ik me ook niet voorstellen dat lichtkogels nu het gewenste effect zouden hebben.
En zo belandde een woedende menigte voor de ingang van de ambassade, recht tegenover de oproerpolitie en het leger. Een aantal keer leek het mis te gaan, er werd wat geduwd, wat getrokken, wat gegooid. Maar over het algemeen bleef het bij leuzen waarbij de eisen van de demonstranten nog maar eens herhaald werden. En, zoals hieronder te zien (de lichtbal in het midden), werd er zo nu en dan eens een Israëlische vlag in brand gestoken.
Ik stond er tussen, filmde en fotografeerde en heb me eigenlijk geen moment onveilig gevoeld. Na enige tijd werd ik aangesproken door een jongen die links van mij stond. “Kom je uit Israël?” “Nee, ik kom uit Nederland.” “Weet je dat zeker?”. “Ik weet het vrij zeker ja. Ik kom niet uit Israël, ik kom uit Nederland.” Ik kon zeggen wat ik wilde, de jongen bleef me toch wantrouwend aankijken. Of ik dan christelijk was, werd me daarna gevraagd. In het meest gelovige land ter wereld kom je niet weg met de tekst ‘ik ben atheïst’, dus uiteraard was ik ineens christelijk. “Aha, nou, welkom bij de Islam”, zei de jongen, wijzend naar de demonstranten.
Later op de avond keerde de rust terug bij de ambassade. Op een manier die in Nederland onvoorstelbaar zou zijn. De demonstranten gingen niet weg, het leger ook niet. Wat er dan gebeurde? Het was ramadan, en ondanks dat het vasten allang gebroken was zo midden in de nacht, was iedereen toch vermoeid aan het raken. Wat wil je ook, met temperaturen tussen de 35 graden overdag en de 20/25 graden ‘s nachts. Mensen gooiden flessen water en brood naar de demonstranten. De demonstranten deelden vervolgens ook datzelfde water en datzelfde brood met de soldaten van het leger. Andersom gebeurde het ook, het leger deelde water en voedsel met de demonstranten. Het leek bijna een gezamenlijke sit-in van demonstranten en het leger voor de Israëlische ambassade.
Tijdens de tweede nacht van protesten kreeg Egypte een nieuwe held, op twitter en in de pers al snel ‘Flagman’ genoemd. De Israëlische vlag moest naar beneden vonden de Egyptenaren. En zo geschiedde. Op een onbewaakt moment klom ‘Flagman’ van buitenaf 21 verdiepingen omhoog, haalde de vlag naar beneden en hing de vlag van Egypte ervoor in de plaats.
De vlag van Israël werd in stukken gescheurd. Mensen liepen er trots mee te paraderen, wilde voor iedere camera wel honderden keren vastgelegd worden. Ik was de beroerdste niet, dus ook ik legde een klein stukje historie vast op mijn smartphone.
De dagen na de nacht van het verdwijnen van ‘de vlag’ ben ik af en toe nog eens langs geweest. Er werd nog wat met vuurwerk op de ambassade geschoten, er zaten nog een stuk of honderd demonstranten voor de ambassade, maar het belangrijkste doel leek bereikt, de vlag was weg. Eigenlijk gek, want de ambassadeur was niet Caïro uitgezet en de Egyptische ambassadeur was ook niet teruggeroepen uit Israël.
Eerder gingen er wel geruchten dat de ambassadeur van Egypte in Israël inderdaad zou worden teruggeroepen, er verscheen zelfs op de Facebook-account van premier Sharaf een boodschap met dat nieuws. De staats-tv maakte er melding van. Maar het gebeurde uiteindelijk niet. Het bleef bij dreigende taal. Wel mocht Egypte meer soldaten naar de Sinaï sturen om de veiligheid te waarborgen. Dat feit alleen is al vrij uniek, gezien de afspraken die gemaakt zijn bij de Camp-David akkoorden van 1979 waarin staat dat Egypte maar een zeer beperkt aantal soldaten het grensgebied met Israël mag stationeren.
Maar nog even terug naar de demonstratie. Na alle gesprekken die ik had met Egyptenaren, en na het zien van deze demonstratie kan ik me niet voorstellen dat een nieuwe regering een pro-Israëlische regering zal zijn. Dat heeft niets met deze demonstratie te maken. Dat gebeurt zonder het voorval in de Sinaï waarschijnlijk ook wel. Maar de demonstratie bood wel een zeldzaam inkijkje in het verder zo verdeelde en vertroebelde beeld dat je van post-revolutie Egypte/Caïro krijgt. Zolang er een gezamenlijke vijand is, is Egypte één. Dat was zo in januari, en dat was zo eind augustus bij de Israëlische ambassade. Hoe het verder gaat zonder vijand? Niemand lijkt het te weten. Maar voorlopig zijn er nog vijanden genoeg, zo lijkt het.
Caïro: De revolutie van de taxichauffeur
augustus 31st, 2011 § Geef een reactie
Een van de redenen om half augustus naar Caïro af te reizen was het directe gevolg van de gebeurtenissen die in januari en februari plaatsvonden in Egypte…het aftreden van Hosni Mubarak, de Egyptische bijdrage aan wat soms nog wel eens de Arabische Lente genoemd wordt. Een van de revoluties die in de Arabische regio plaatsvond, en in zekere zin nog altijd plaatsvindt.
In een aantal verhalen waag ik hier een poging om het beeld/de korte impressie, die ik van tien dagen Cairo kreeg, weer te geven.
———————————————————————————————————————————————————-
Je hebt ze in alle soorten en maten. Taxi’s en taxichauffeurs. Als je alle taxi’s uit het straatbeeld van de hoofdstad zou verwijderen zou je wellicht in één klap het hele verkeersprobleem opgelost hebben. Maar, zolang het niet te druk is, is de taxi het prettigste vervoersmiddel om van A naar B te komen in de stad waar bij elkaar al meer mensen wonen dan er in heel Nederland bij elkaar wonen (wie had het over een dichtbevolkt land, Nederland?).
Je hebt de zwart-witte taxi’s, waar er zoveel mogelijk mensen in de taxi gestopt worden, je komt er wildvreemden tegen, en met een beetje geluk kom je veilig op de plek waar je zijn moet. Je hebt ook witte taxi’s, die rijden met een meter. Dat is ideaal, dan hoef je vooraf niet je de blaren op de tong te praten om een goede prijs af te spreken. Soms moet je enige dwang toepassen om de meter aan te zetten of om de meter weer op 0 te zetten, maar dan heb je ook wat: een taxi voor jezelf, en met een beetje geluk een enigszins Engels sprekende chauffeur.
Laat ik voorop stellen dat ik vrij veel gemist heb in Cairo. Alleen al vanwege het feit dat ik geen Arabisch spreek/lees. Mijn beeld is dus voor het grootste deel gevormd door Engels sprekende Egyptenaren, wat waarschijnlijk al per definitie een vertekend beeld oplevert, maargoed, het is beter dan niks.
“Ik denk niet aan de revolutie. Het maakt me niet uit of Mubarak aan de macht is of iemand anders. Er moet meer werk zijn en er moet een goed werkende economie zijn. Dat is nu het belangrijkste.” Zo, dat waren vrijwel de eerste woorden die ik wisselde met mijn eerste taxichauffeur (na mijzelf eerst te hebben voorgesteld uiteraard, we hadden nog een lange rit voor de boeg van het vliegveld naar het hotel). Welkom in post-revolutie Cairo. Grappig genoeg vertelde diezelfde chauffeur dat hij in een groot huis woonde en met de rest van zijn familie en dat iedereen goed werk deed. Ik kon de gedachte niet helemaal van mij afschudden dat hij zit zei om zich groot te houden voor mij, maar zeker weten doe ik dat natuurlijk niet. De rest van de rit heb ik mij maar wat Arabische woorden laten leren, heel veel meer Engels kwam er toch niet uit de mond van de beste man.
———————————————————————————————————————————————————
Een paar dagen later: een ritje naar de Israelische ambassade stond er op het programma…er zou een demonstratie plaatsvinden tegen Israel wegens het (per ongeluk?) neerschieten van een aantal Egyptische soldaten in de Sinaï-woestijn. Over die demonstratie in een andere blog meer. Ik ging dus met de taxi. Een niet al te lange rit vanaf Zamalek, het eilandje waar ik mijn hotel had, maar lang genoeg om een woedende taxichauffeur al zijn frustraties over Egypte eruit te zien en vooral horen, gooien. Deze man was Koptisch, christelijk dus. Een minderheid in Egypte. Hoeveel keer ik in die tien minuten heb moeten horen dat de ramadan belachelijk was en dat niemand zich er aan hield wanneer ze eenmaal binnen zaten, weet ik niet meer precies. Het was in elk geval een flink aantal keer.
Deze man vond Mubarak geweldig. En nu hij verdreven was, gaf hij me het beeld van: na Mubarak de zondvloed. Één ding was duidelijk: met deze man viel niet te discussieren. Daar had ik ook niet al teveel behoefte aan, anders zou ik wellicht hebben verteld dat ik eens ging kijken bij een anti-Israel demonstratie, en dat terwijl deze man ongeveer de grootste vriend van Israel leek die er in Egypte te vinden was.
Dat zei hij ook openlijk: “Wij hebben geen probleem met Israel. De mensen moeten zich eens druk gaan maken om hun eigen land. In plaats daarvan maken ze zich druk over zaken waar ze niets aan hebben.” “Ik wil naar Griekenland, mijn vrouw woont daar al, ik ga erheen over een maand of drie. Ik wil weg hier, het wordt er niet beter op voor Kopten in Egypte.” Over de verkiezingen was ‘ie ook duidelijk: dat wordt een farce. Dat wordt rellen. Dat wordt een chaos. Van een positief wereldbeeld kon deze man niet beschuldigd worden in ieder geval.
———————————————————————————————————————————————————
Je had er ook andere chauffeurs tussen zitten. Zo ging ik op mijn laatste dag in Cairo naar Heliopolis. Omdat ik het vage vermoeden had dat een Arabisch sprekende chauffeur mij overal af zou kunnen zetten behalve in Heliopolis (ik had het al eens eerder meegemaakt in Koptisch Cairo, dus: bij twijfel…niet instappen), liet ik een aantal taxi’s passeren voordat ik een jong uitziende Engels-sprekende taxichauffeur de rit naar Heliopolis gunde.
Na eerst het uitwisselen van wat formele beleefdheden ging het ineens over voetbal. Hoe dat zo ineens gebeurde weet ik ook niet meer. Wat mijn favoriete team was? Ik dacht, ik noem maar een team dat hier ook vast bekend is: Barcelona. Dat was niet het goede antwoord…. “Nee, het favoriete team in je thuisland Nederland.” Ok, als je het wilt kun je het krijgen…maar ik ging er niet vanuit dat hij het team zou kennen. “Vitesse”. “Ahhh, Vitesse Arnhem, die ken ik wel.” Vervolgens noemde de 29-jarige man nog wat Egyptische spelers op die in de Nederlandse competitie speelden. Ik sta niet snel met mijn mond vol tanden, maar in dit geval was het bijna raak. Bijna…want ik wilde nog een ander onderwerp aansnijden. De revolutie.
Het eerste wat ik te zien kreeg waren diverse verwondingen van de gevechten op het Tahrirplein tussen demonstranten en de ‘beruchte’ kamelenrijders die bijna de revolutie de kop in wisten te drukken. “Alle achttien dagen was ik daar. Één ding was zeker: wij waren aan de winnende hand. Zeker toen de kamelen kwamen. Wij dachten: als Mubarak dit soort praktijken nodig heeft om terug te slaan, dan zijn wij goed bezig.” Ook vertelde hij van alle politieagenten die in burger rondliepen om mensen lukraak te arresteren. Ondertussen reden we langs de Police Academy, de plek die voorheen nog door het leven ging als de Mubarak Police Academy, en waar nu de rechtszaak tegen Hosni Mubarak plaatsvond.
“Het is een showproces. Ze (de huidige overgangsregering) laten de zaak net zolang voortslepen tot het moment dat Mubarak dood is. Let maar op, dat is precies wat er gaat gebeuren. En als hij toch veroordeeld wordt, dan zal het een lichte straf zijn, symbolisch vooral. Het is toch een schande dat er geen tv-zenders meer live vanuit de rechtszaal verslag mogen doen over de zaak.” Ook het feit dat Mubarak wordt berecht door een ‘gewone rechtbank’, terwijl demonstranten op het Tahrirplein die werden gearresteerd veelal voor een (veel minder transparante) militaire rechtbank moeten verschijnen wekt wrevel bij mijn chauffeur. Maar ondanks alle negatieve bij-effecten van de revolutie ziet hij de toekomst zonnig in. “Nu kunnen we aan onze toekomst werken. Het zal niet van de ene op de andere dag ineens allemaal beter gaan, maar het zál beter gaan.”
Ondertussen werd er ook nog even gesproken over Libië en Syrië. De enorme verbondenheid van Egyptenaren met de andere ‘revolutionaire’ landen viel me al eerder op, en dit bleek ook bij mijn chauffeur erg te leven. “Ik ben zo blij voor Libië dat ze nu eindelijk van die vreselijke gek af zijn (Gaddafi dus).” Daarna was het gedaan met alle, redelijke rationele teksten. De theorie waarom het nu toch echt gedaan zou zijn met Assad in Syrië sneed wat mij betreft weinig hout, maar het was in elk geval een creatieve manier van denken, dat dan weer wel. “Ik weet het nu zeker. Assad is klaar in Syrië. Weet je waarom? Zo ging het met Mubarak, zo ging het met Gaddafi, overigens ook met Ben Ali in Tunesië. Ze hielden allemaal drie grote toespraken, en vrij snel daarna ging het mis. Assad heeft nu zijn derde speech gegeven. Het einde is nu nabij, Inshallah.” Of mijn chauffeur de tel was kwijtgeraakt bij al die speeches van Gaddafi, en of hij niet wist dat dit de vierde keer was de Assad ‘zijn’ volk toesprak…ik weet het niet, maar ik kan slechts hopen dat hij gelijk heeft wat betreft zijn idee dat het snel gedaan is met Assad in Syrië.
Dit was de langste rit die ik met een Engelstalige taxichauffeur gemaakt heb, vandaar ook dat dit gesprek de meeste stof tot schrijven opleverde. Over het algemeen kreeg ik van de taxichauffeurs de indruk dat ze blij waren met de revolutie, maar dat de mensen zich nu meer moesten richten op hun eigen problemen. Ik heb nog regelmatig een bezoek gebracht aan de demonstratie bij de ambassade van Israël, en alle keren maakten de chauffeurs ongevraagd een wegwerpgebaar bij het zien van de demonstranten. Ook werd me vaak genoeg verteld dat het “not safe” was om erheen te gaan. Ik heb me echter volkomen veilig gevoeld, veiliger dan bij een menig risico-wedstrijd bij het voetbal in de Eredivisie. Maar over alle demonstraties later meer. Dit betrof slechts een grove schets van de verschillende type taxichauffeurs en ‘hun’ revolutie.
Egypte, Viva la Revolutione?
augustus 10th, 2011 § Geef een reactie
Het contrast kan moeilijk groter, nog geen week geleden maakte ik mijn debuut op het Dicky Woodstock festival in Steenwijkerwold, over een paar dagen vertrek ik echter naar een net iets andere gekte. Dicky Woodstock was prachtig, en mijn stem is er nog altijd van aan het herstellen, maar toch kon mij de gedachte aan dat ene land nooit helemaal loslaten.
Egypte: met het Tahrirplein; met Mubarak die in een kooi berecht wordt; met de vermoordde Khaled Said die indirect zorgde voor de ontketening van alle frustraties die er bij de Egyptische bevolking leefde met als gevolg de beelden van Al-Jazeera en CNN vanaf Midan Tahrir.
Suf gelezen had ik me. Over Egypte, Syrie, Libanon, Iran, Israel, Hamas, Hezbollah, Libie…kortom, de hele regio was in de vorm van letters wel aan bod gekomen. Nu de ogen moe waren van de letters moesten diezelfde ogen de letters maar verruilen voor het land zelf. Te beginnen bij het land waar de grootste revolutie van dit jaar plaatsvond, en nog altijd plaatsvindt.
Ik heb niet het idee dat ik in 10 dagen Cairo/Alexandrie ook maar iets van een goed beeld krijg van hoe de zaken ervoor staan. Het land telt namelijk meer dan 80 miljoen inwoners, daarvan wonen er ongeveer 20 miljoen in Cairo. Ik heb niet de pretentie om met fantastische journalistieke verhalen terug te komen. Het beeld dat in de media wordt geschetst over de revolutie in Egypte verschilt per week. De ene keer is het feest vanwege het vertrek van Mubarak, de andere keer protesteren er diverse groeperingen vanwege de traagheid van hervormingen, en de laatste keer staan er duizenden Salafisten op het Tahrirplein (en de Moslimbroederschap) te roepen dat de sharia als wetgeving ingevoerd moet worden.
Als protest hiertegen vindt er komende vrijdag een grote ‘iftar’ plaats op datzelfde Tahrirplein, waar onder meer Sufi’s (de tolerantere moslims, die zich meer met het spirituele dan het concrete bezighouden… hoewel voor hun het spirituele waarschijnlijk het concrete is…maar dat is weer een andere discussie) en Koptische christenen aan meedoen. Zij zullen oproepen tot eenheid en hun wens uitspreken voor een ‘civiele staat’, dus zonder sharia en zonder uitsluiting van bepaalde minderheden.
En al deze gebeurtenissen spelen zich dan nog maar op een paar vierkante kilometer in Cairo plaats. Om maar even aan te geven dat er waarschijnlijk niemand is die in 10 dagen tijd de situatie kan duiden, het is er gewoon onvoorspelbaar. Er is een revolutie gaande, en ik ben erbij. Dat laatste vind ik dan wel weer gaaf. Maar wat ik kan verwachten? Ik heb daadwerkelijk geen idee.
Aan de ene kant hoor je dat mensen zich vrijer voelen om zich openlijk uit te spreken over de politieke situatie, aan de andere kant hoor je verhalen dat de geheime dienst nog altijd zeer actief is waardoor mensen zich wellicht minder snel in een politieke discussie mengen.
Op de dag dat ik in Cairo aankom is net het proces tegen Mubarak weer in gang gezet. Hoeveel onrust dat gaat veroorzaken weet niemand. Wel vond ik het opmerkelijk dat er nogal wat Mubarak-aanhangers bij de Police Academy (waar de rechtszaak plaatsvindt) aanwezig waren. Over het algemeen wordt beweerd dat Mubarak-aanhangers arme burgers zijn die niks te verliezen hebben en krijgen betaald door het regime om te rellen. Een voorbeeld: de kamelen-berijders tijdens de eerste revolutie in januari.
Tijdens de start van het proces op 3 augustus tegen Mubarak, was het echter totaal niet in het belang van de overgangsregering om zogeheten ‘thugs’ in te huren om voor onrust te zorgen. Hoewel verdeeldheid onder de bevolking er mogelijk voor kan zorgen dat de overgangsregering (in feite het leger) meer macht kan behouden, is de vraag hoeveel macht zij nog hebben na parlements- en presidentsverkiezingen.
Via onder meer twitter probeer ik de situatie nog enigszins te volgen. Maar als je je beseft dat slechts 7 procent van de Egyptenaren over een internetverbinding beschikt, en dat degene die ik volg stuk voor stuk pro-democratie activisten zijn die er ongetwijfeld belang bij hebben om bepaalde situaties aan te dikken of te overdrijven, is dit wellicht niet de allerbeste manier om een beeld te krijgen van de situatie. Het is echter voor nu wel de enige manier. Laat dat vliegtuig met mij erin maar vertrekken…dan gaan we opzoek naar andere manieren om dat beeld aan te vullen!
