Een verhalende taxirit door de Iraakse bergen

30/07/2012 § Een reactie plaatsen


“Een taxichauffeur is de graadmeter van de samenleving”, zo vertelde een correspondent in Beiroet.

Zelf had ik dat vorig jaar al gemerkt in Cairo, en ook in Libanon was dit duidelijk geworden. In Irak was het nog niet zo makkelijk om een praatje aan te knopen. In het Koerdisch gebied spraken de meeste chauffeurs geen Engels, en als ze al Arabisch konden was dit met de nodige tegenzin en werden er niet meer woorden dan strikt noodzakelijk gesproken. Begrijpelijk gezien de geschiedenis, maar enigszins frustrerend als je van verhalen houdt.

Toch wisten we een taxichauffeur op te sporen die ons van Erbil naar Sulaimaniyah zou rijden. Een rit van zo’n twee en half uur, van het centrum van de autonome regio naar het zuid-oosten, richting de grens met Iran. Een rit door de bergen waarbij het ene prachtige vergezicht het andere opvolgt. Je kijkt je ogen uit. Maar ook de oren deden hun werk, want zoals gezegd….een Engels sprekende taxichauffeur, bijna een unicum, maar wel een die interessante verhalen oplevert.

“Wij hadden hier niet zoiets als een ‘Lente’ of revolutie, voor zover je van revoluties in andere landen kunt spreken. Wij hebben zoiets al gehad, nadat we in 1991 autonoom werden, we hebben een burgeroorlog meegemaakt waarna we weer één zijn geworden, en uiteindelijk zijn we van Saddam afgekomen, wat ons stabiliteit garandeerde.”

“Het is niet zo dat er hier helemaal niets gebeurde, er zijn wat studenten de straat op gegaan, maar die werden direct hardhandig aangepakt door de politie en gingen uiteindelijk weer naar huis. Er was geen grote massa die de straten opging, slechts een elite die uiteindelijk eieren voor haar geld koos.”

“Ze demonstreerden tegen corruptie, tegen jeugdwerkloosheid en tegen stijgende prijzen voor levensonderhoud. De corruptie is verreweg het grootste probleem. We hebben veel problemen hier. Het probleem is echter dat de mensen hun situatie vergelijken met die van voor de burgeroorlog en tijdens die oorlog. Dat kun je nergens mee vergelijken, maar toch doet men het, om maar aan te tonen dat stabiliteit belangrijk is en dat er nu meer welvaart is dan eind jaren negentig.”

Op een gegeven moment vraag ik hem waar hij zo goed Engels leerde spreken. “Ik heb het mezelf aangeleerd, ik studeerde op de Sallahadin Universiteit in Erbil, ik studeerde Politicologie, maar de meeste colleges werden niet in het Engels gegeven. Ik ben op een gegeven moment ook maar bij Engelse colleges gaan zitten. Na een aantal maanden merkte ik dat ik beter Engels kon dan mijn docenten. Die accepteerden dat niet, dus wanneer ik iets zei waarvan ik zeker wist dat het goed was, bleven de docenten bij hoog en bij laag volhouden dat het fout was. Dat is iets dat typisch bij de regio hoort. Tegenspraak wordt niet geaccepteerd.”

Inmiddels rijden we door slingerende bergweggetjes, die overigens goed geasfalteerd zijn. Ineens maant onze chauffeur ons om stil te zijn: “Ik moet even naar de motor luisteren, of ‘ie nog wel goed loopt.” Want wat blijkt, de benzine die onze praatgrage chauffeur gebruikt is niet van topkwaliteit. “De overheid heeft drie soorten benzine die het zelf produceert. De goedkoopste, de medium en de beste. De beste benzine is twee keer zo duur als de goedkoopste. De goedkoopste is van zulke slechte kwaliteit dat het eigenlijk niet goed is voor je auto. De duurste benzine, die is van goede kwaliteit, eigenlijk zou je die moeten hebben.”

Waarom gebruik je dan de goedkoopste? “Ik ben maar een taxichauffeur, ik ben niet rijk. Dit is een van de dingen waaruit valt op te maken dat de regering hier makkelijk geld wil verdienen over onze ruggen heen. Er steeds meer mensen die de duurste benzine kopen omdat de motor van je auto het dan langer volhoudt. Maar de jongeren (onze chauffeur blijkt 26 jaar oud te zijn) kunnen dat niet opbrengen. Ik ben afgestudeerd politicoloog, spreek goed Engels, maar kan geen kant op. Ik ben nog nooit uit Koerdistan weggegaan. En veel werk is er hier ook niet. Geloof me, ik vind het leuk om met andere mensen Engels te praten zodat ik getraind blijf, maar dat autorijden vind ik maar saai. Maar er moet geld verdiend worden.”

Na een hele geschiedenis over het Koerdisch gebied in Irak te hebben aangehoord, de situatie waarin zich het gebied nu bevindt ten opzichte van de rest van Irak en ten opzichte van de buurlanden komen we te spreken over Israël en Amerika. Ondanks dat ik al wel had gelezen dat de Koerden hier pro-Amerikaans waren, wilde ik er toch meer van weten. “De banden met Amerika zijn goed. Wij zijn waarschijnlijk de enige inwoners van Irak die blij waren met de inval van de Amerikanen. De blijvende dreiging van een eventuele inval van Saddam in onze regio was daarmee voorgoed ten einde. Met Israël ligt het anders: daarmee zijn de verhoudingen goed, je zult het alleen nooit uitgesproken horen. Op de achtergrond loopt alles prima, maar voor de tv zullen ze dat dus nooit openlijk vertellen.”

Dat verklaart meteen waarom we eerder die week in een taxi belandden waarbij de taxichauffeur ons vroeg waar we vandaan kwamen “Hollandaaa”, “aha, allright, almost America”, aldus de taxichauffeur, die vervolgens keihard Amerikaanse muziek opzette op de radio en stellig beweerde dat “All muslim are trouble”, toen we hem vroegen of hij toevallig Christen was, zei hij resoluut: “No man, I’m Muslim of course.” Op mijn “so we are in trouble now?”, kwam geen reactie. Deze taxichauffeur bleek niet de allerslimste…

Inmiddels hadden we de steilste stukken van de bergbeklimming er wel op zitten, waarbij we af en toe vrachtwagens passeerden terwijl we een stijgingspercentage van zo’n 20 procent bedwongen, ondanks de slechte kwaliteit benzine tufte het autootje dapper door. Ik vroeg onze chauffeur waarom hij niet naar Londen ging om verder te studeren. Een verhaal over bureaucratie volgde…

“Er is wel een programma voor studenten die naar het buitenland gaan om verder te studeren. Ik moet echter eerst een IELTS-test doen, als ik die haal moet ik ook nog eens connecties hebben, en heel misschien kan ik dan ooit naar het buitenland om te studeren. Er is echter sinds een paar jaar ook een andere universiteit in Erbil, waar bijna alle colleges in het Engels gegeven worden. Ik heb me ervoor aangemeld, maar er werden maar honderd mensen aangenomen. En ook daarvoor had je wel connecties nodig. Het hele leven is daarop gebaseerd hier. Misschien dat het in andere landen misschien wel net zo is, maar hier is het wel extreem.”

Inmiddels was de afdaling ingezet en keken we uit over een prachtig meer in het dal tussen de bergen in, bij het plaatsje Dokan. Een plek die populair is bij toeristen uit heel Irak om verkoeling te zoeken in de hete zomers. Daarnaast is het ook een populaire bestemming om rust te zoeken, rust in een land dat op drift is en waarbij politieke onrust gepaard gaat met dreiging van terreur en zelfmoordaanslagen. Zo niet in het Koerdisch gebied. Het blijft onze hele reis een oase van rust, nooit last gehad van welke dreiging van ook. Het lijkt wel alsof iedereen hier massaal heeft afgesproken om geen onrust te veroorzaken.

“De buitengrenzen van het gebied zijn echter zeer goed bewaakt. Binnen de regio zul je er niet veel van merken, maar als je via Turkije met de auto bijvoorbeeld het Koerdisch gebied had willen bezoeken, dan was je bij wijze van spreke nu nog niet voorbij de douane. Er worden nog altijd mensen opgepakt die het een en ander willen doen om deze regio instabiel te maken. Maar het zal ze niet lukken. Voorlopig is het althans nog niet gelukt.”

Inmiddels rijden we in Dokan, en lijkt de chauffeur even de weg kwijt. Kijkend naar zijn iPhone met GPS en half op de weg lettend blijken we al snel toch op de juiste weg te zitten. Ondanks de werkloosheid toch geld voor een iPhone, ik verbaas me erover, en begin over de enorme shopping malls die in grotere Koerdische steden te zien zijn en waar je van alles kunt kopen: van wedstrijdshirts van het Nederlands elftal tot 3D-tv’s en van de nieuwste producten van Apple tot de laatste mode van Jack&Jones.

“Ja, jullie hebben de shopping malls bezocht. Maar hebben jullie dan ook mensen gezien die daadwerkelijk met een aankoop de winkel verlieten? Mensen komen daar om te kijken, om gezien te worden, het is een statussymbool. Of je spreekt er af met vrienden, je kunt er relatief goedkoop eten. Dus dan eet je wat, kijk je rond, en heb je zo weer een paar uur van je tijd besteed.” Kijken kijken niet kopen….het lijken soms net Nederlanders, die Koerden.

We kunnen nadat we Dokan verlaten hebben aardig doorrijden op een lange doorgaande weg. Dat er meer mensen zijn die dat doen merken we wanneer we politie langs de kant van de weg zien staan. Eerst iemand met een notitieboekje (die je nummerbord noteert) en later iemand die een boete int. Het is een prima werkend boetesysteem, want bij gebrek aan duidelijke wegen en adressen in sommige gebieden van het Koerdisch gebied is dit wel zo efficiënt. “Maar het gaat lang niet altijd zo. Meestal schrijft de politie wel boetes uit, maar worden ze pas geïnd wanneer je je auto verkoopt. Dat zit zo: als je iets doet dat niet mag, en de politie ziet dat. Dan noteren ze je kenteken en zetten ze je in een algemeen computersysteem. Er is een website waarop je met je kentekenplaat kunt checken hoeveel boetes je al hebt. Maar aangezien lang niet iedereen internet heeft, worden die eventuele boetes pas geïnd op het moment dat je je auto inruilt. De dealer/verkoper ziet dan in het systeem hoeveel hij van de prijs af moet halen/moet verrekenen voor de hoogte van de boetes die je als bestuurder hebt verzameld. In theorie kan het zo zijn dat je bij de verkoop van je auto zelf extra geld moet bijleggen.”

Dan schiet me te binnen dat we onze taxichauffeur leerde kennen aan de bar bij de Duitse biergarten in Erbil, waar er alleen maar Indiërs, Filipino’s en mensen uit Bangladesh en Pakistan werkten. Toch eens naar vragen… “Ja, dat is een ander probleem, want eerder had ik het al over jeugdwerkloosheid. Maar in feite krijgen zij banen die de bevolking hier prima zou kunnen uitvoeren. Werken als schoonmakers, in de horeca, of in de bouw. Aan de andere kant: ze komen hierheen, en moeten jaarlijks enorm veel geld betalen voor een visum, en verdienen hier dan ook nog eens extreem weinig. Maar toch meer dan ze in hun eigen land verdienen. Ze hopen snel weer terug te kunnen, maar de praktijk wijst anders uit…zeker bij de vrouwen.”

In een niet bij naam te noemen café ontmoetten we een dag voor onze taxirit een bardame uit de Fillipijnen. Ze is pas een paar maanden in Irak, maar het is al duidelijk dat ze het werken in een vreemd land niets vindt. Ze wil over een aantal maanden weer teug naar haar familie, maar moet eerst nog even genoeg geld verdienen voor haarzelf en vooral voor haar familie. De blik in haar ogen wanneer ze begint over haar thuisland zegt genoeg: hoe eerder terug hoe beter.

“De vrouwen eindigen vroeg of laat op de een of andere manier in de prostitutie. Dan zie je ze bij hotels voor de deur staan, worden ze opgepikt door een man. Nouja, en de rest snap je wel”, aldus onze chauffeur. Die hierna een verhaal vertelt over een taxirit met een Koerd en een Russische vrouw. Hij beweert dat de Koerd de pooier was van de Russin. Ze spraken in het Engels en waren niet op de hoogte van het goede Engels van onze taxichauffeur. “Ik had dus die twee mensen in de taxi, en na een tijdje ging het erover welke mannen het beste waren en welke het ergste. De ergste vond de vrouw zonder enige twijfel de Arabieren en de Koerden. De man vroeg: waarom? De vrouw antwoordde dat die veel en veel teveel aan het praten waren. Waarna ik me met het gesprek begon te bemoeien. Ze schrokken zich dood, wisten niet dat ik Engels sprak en verstond en hebben daarna geen woord meer gezegd.”

Ook wij waren wel uitgesproken, want we hadden inmiddels onze locatie bereikt. Tegen een andere bergpartij aan lag Sulaimaniyah, de tweede stad van het Koerdisch gebied. Van hieruit zouden we later nog Halabjah bezoeken (waar in 1989 de gifgasaanval van Saddam Hussein op de Koerden en paar verdwaalde Perzen plaats vond). We bedankten onze chauffeur voor de rit, betaalden hem en checkten in bij ons hotel.

De terugrit van Sulaimaniyah naar Erbil leverde nog veel meer interessante verhalen op, waarover in een volgende blog meer…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Wat is dit?

Je leest nu Een verhalende taxirit door de Iraakse bergen voor De wereld van Bas.

Meta

%d bloggers liken dit: