Egypte zucht(te) onder sprinkhanenplaag

26/05/2013 § Een reactie plaatsen

Hier alsnog het verslag dat ik deed vanuit Caïro over de sprinkhanenplaag begin maart in Egypte, voor het Radio 1 Journaal.

http://www.radio1.nl/items/73350-egypte-zucht-onder-sprinkhanen

Schermafbeelding 2013-05-26 om 23.40.09

 

Advertenties

Een verhalende taxirit door de Iraakse bergen

30/07/2012 § Een reactie plaatsen

“Een taxichauffeur is de graadmeter van de samenleving”, zo vertelde een correspondent in Beiroet.

Zelf had ik dat vorig jaar al gemerkt in Cairo, en ook in Libanon was dit duidelijk geworden. In Irak was het nog niet zo makkelijk om een praatje aan te knopen. In het Koerdisch gebied spraken de meeste chauffeurs geen Engels, en als ze al Arabisch konden was dit met de nodige tegenzin en werden er niet meer woorden dan strikt noodzakelijk gesproken. Begrijpelijk gezien de geschiedenis, maar enigszins frustrerend als je van verhalen houdt.

Toch wisten we een taxichauffeur op te sporen die ons van Erbil naar Sulaimaniyah zou rijden. Een rit van zo’n twee en half uur, van het centrum van de autonome regio naar het zuid-oosten, richting de grens met Iran. Een rit door de bergen waarbij het ene prachtige vergezicht het andere opvolgt. Je kijkt je ogen uit. Maar ook de oren deden hun werk, want zoals gezegd….een Engels sprekende taxichauffeur, bijna een unicum, maar wel een die interessante verhalen oplevert.

“Wij hadden hier niet zoiets als een ‘Lente’ of revolutie, voor zover je van revoluties in andere landen kunt spreken. Wij hebben zoiets al gehad, nadat we in 1991 autonoom werden, we hebben een burgeroorlog meegemaakt waarna we weer één zijn geworden, en uiteindelijk zijn we van Saddam afgekomen, wat ons stabiliteit garandeerde.”

“Het is niet zo dat er hier helemaal niets gebeurde, er zijn wat studenten de straat op gegaan, maar die werden direct hardhandig aangepakt door de politie en gingen uiteindelijk weer naar huis. Er was geen grote massa die de straten opging, slechts een elite die uiteindelijk eieren voor haar geld koos.”

“Ze demonstreerden tegen corruptie, tegen jeugdwerkloosheid en tegen stijgende prijzen voor levensonderhoud. De corruptie is verreweg het grootste probleem. We hebben veel problemen hier. Het probleem is echter dat de mensen hun situatie vergelijken met die van voor de burgeroorlog en tijdens die oorlog. Dat kun je nergens mee vergelijken, maar toch doet men het, om maar aan te tonen dat stabiliteit belangrijk is en dat er nu meer welvaart is dan eind jaren negentig.”

Op een gegeven moment vraag ik hem waar hij zo goed Engels leerde spreken. “Ik heb het mezelf aangeleerd, ik studeerde op de Sallahadin Universiteit in Erbil, ik studeerde Politicologie, maar de meeste colleges werden niet in het Engels gegeven. Ik ben op een gegeven moment ook maar bij Engelse colleges gaan zitten. Na een aantal maanden merkte ik dat ik beter Engels kon dan mijn docenten. Die accepteerden dat niet, dus wanneer ik iets zei waarvan ik zeker wist dat het goed was, bleven de docenten bij hoog en bij laag volhouden dat het fout was. Dat is iets dat typisch bij de regio hoort. Tegenspraak wordt niet geaccepteerd.”

Inmiddels rijden we door slingerende bergweggetjes, die overigens goed geasfalteerd zijn. Ineens maant onze chauffeur ons om stil te zijn: “Ik moet even naar de motor luisteren, of ‘ie nog wel goed loopt.” Want wat blijkt, de benzine die onze praatgrage chauffeur gebruikt is niet van topkwaliteit. “De overheid heeft drie soorten benzine die het zelf produceert. De goedkoopste, de medium en de beste. De beste benzine is twee keer zo duur als de goedkoopste. De goedkoopste is van zulke slechte kwaliteit dat het eigenlijk niet goed is voor je auto. De duurste benzine, die is van goede kwaliteit, eigenlijk zou je die moeten hebben.”

Waarom gebruik je dan de goedkoopste? “Ik ben maar een taxichauffeur, ik ben niet rijk. Dit is een van de dingen waaruit valt op te maken dat de regering hier makkelijk geld wil verdienen over onze ruggen heen. Er steeds meer mensen die de duurste benzine kopen omdat de motor van je auto het dan langer volhoudt. Maar de jongeren (onze chauffeur blijkt 26 jaar oud te zijn) kunnen dat niet opbrengen. Ik ben afgestudeerd politicoloog, spreek goed Engels, maar kan geen kant op. Ik ben nog nooit uit Koerdistan weggegaan. En veel werk is er hier ook niet. Geloof me, ik vind het leuk om met andere mensen Engels te praten zodat ik getraind blijf, maar dat autorijden vind ik maar saai. Maar er moet geld verdiend worden.”

Na een hele geschiedenis over het Koerdisch gebied in Irak te hebben aangehoord, de situatie waarin zich het gebied nu bevindt ten opzichte van de rest van Irak en ten opzichte van de buurlanden komen we te spreken over Israël en Amerika. Ondanks dat ik al wel had gelezen dat de Koerden hier pro-Amerikaans waren, wilde ik er toch meer van weten. “De banden met Amerika zijn goed. Wij zijn waarschijnlijk de enige inwoners van Irak die blij waren met de inval van de Amerikanen. De blijvende dreiging van een eventuele inval van Saddam in onze regio was daarmee voorgoed ten einde. Met Israël ligt het anders: daarmee zijn de verhoudingen goed, je zult het alleen nooit uitgesproken horen. Op de achtergrond loopt alles prima, maar voor de tv zullen ze dat dus nooit openlijk vertellen.”

Dat verklaart meteen waarom we eerder die week in een taxi belandden waarbij de taxichauffeur ons vroeg waar we vandaan kwamen “Hollandaaa”, “aha, allright, almost America”, aldus de taxichauffeur, die vervolgens keihard Amerikaanse muziek opzette op de radio en stellig beweerde dat “All muslim are trouble”, toen we hem vroegen of hij toevallig Christen was, zei hij resoluut: “No man, I’m Muslim of course.” Op mijn “so we are in trouble now?”, kwam geen reactie. Deze taxichauffeur bleek niet de allerslimste…

Inmiddels hadden we de steilste stukken van de bergbeklimming er wel op zitten, waarbij we af en toe vrachtwagens passeerden terwijl we een stijgingspercentage van zo’n 20 procent bedwongen, ondanks de slechte kwaliteit benzine tufte het autootje dapper door. Ik vroeg onze chauffeur waarom hij niet naar Londen ging om verder te studeren. Een verhaal over bureaucratie volgde…

“Er is wel een programma voor studenten die naar het buitenland gaan om verder te studeren. Ik moet echter eerst een IELTS-test doen, als ik die haal moet ik ook nog eens connecties hebben, en heel misschien kan ik dan ooit naar het buitenland om te studeren. Er is echter sinds een paar jaar ook een andere universiteit in Erbil, waar bijna alle colleges in het Engels gegeven worden. Ik heb me ervoor aangemeld, maar er werden maar honderd mensen aangenomen. En ook daarvoor had je wel connecties nodig. Het hele leven is daarop gebaseerd hier. Misschien dat het in andere landen misschien wel net zo is, maar hier is het wel extreem.”

Inmiddels was de afdaling ingezet en keken we uit over een prachtig meer in het dal tussen de bergen in, bij het plaatsje Dokan. Een plek die populair is bij toeristen uit heel Irak om verkoeling te zoeken in de hete zomers. Daarnaast is het ook een populaire bestemming om rust te zoeken, rust in een land dat op drift is en waarbij politieke onrust gepaard gaat met dreiging van terreur en zelfmoordaanslagen. Zo niet in het Koerdisch gebied. Het blijft onze hele reis een oase van rust, nooit last gehad van welke dreiging van ook. Het lijkt wel alsof iedereen hier massaal heeft afgesproken om geen onrust te veroorzaken.

“De buitengrenzen van het gebied zijn echter zeer goed bewaakt. Binnen de regio zul je er niet veel van merken, maar als je via Turkije met de auto bijvoorbeeld het Koerdisch gebied had willen bezoeken, dan was je bij wijze van spreke nu nog niet voorbij de douane. Er worden nog altijd mensen opgepakt die het een en ander willen doen om deze regio instabiel te maken. Maar het zal ze niet lukken. Voorlopig is het althans nog niet gelukt.”

Inmiddels rijden we in Dokan, en lijkt de chauffeur even de weg kwijt. Kijkend naar zijn iPhone met GPS en half op de weg lettend blijken we al snel toch op de juiste weg te zitten. Ondanks de werkloosheid toch geld voor een iPhone, ik verbaas me erover, en begin over de enorme shopping malls die in grotere Koerdische steden te zien zijn en waar je van alles kunt kopen: van wedstrijdshirts van het Nederlands elftal tot 3D-tv’s en van de nieuwste producten van Apple tot de laatste mode van Jack&Jones.

“Ja, jullie hebben de shopping malls bezocht. Maar hebben jullie dan ook mensen gezien die daadwerkelijk met een aankoop de winkel verlieten? Mensen komen daar om te kijken, om gezien te worden, het is een statussymbool. Of je spreekt er af met vrienden, je kunt er relatief goedkoop eten. Dus dan eet je wat, kijk je rond, en heb je zo weer een paar uur van je tijd besteed.” Kijken kijken niet kopen….het lijken soms net Nederlanders, die Koerden.

We kunnen nadat we Dokan verlaten hebben aardig doorrijden op een lange doorgaande weg. Dat er meer mensen zijn die dat doen merken we wanneer we politie langs de kant van de weg zien staan. Eerst iemand met een notitieboekje (die je nummerbord noteert) en later iemand die een boete int. Het is een prima werkend boetesysteem, want bij gebrek aan duidelijke wegen en adressen in sommige gebieden van het Koerdisch gebied is dit wel zo efficiënt. “Maar het gaat lang niet altijd zo. Meestal schrijft de politie wel boetes uit, maar worden ze pas geïnd wanneer je je auto verkoopt. Dat zit zo: als je iets doet dat niet mag, en de politie ziet dat. Dan noteren ze je kenteken en zetten ze je in een algemeen computersysteem. Er is een website waarop je met je kentekenplaat kunt checken hoeveel boetes je al hebt. Maar aangezien lang niet iedereen internet heeft, worden die eventuele boetes pas geïnd op het moment dat je je auto inruilt. De dealer/verkoper ziet dan in het systeem hoeveel hij van de prijs af moet halen/moet verrekenen voor de hoogte van de boetes die je als bestuurder hebt verzameld. In theorie kan het zo zijn dat je bij de verkoop van je auto zelf extra geld moet bijleggen.”

Dan schiet me te binnen dat we onze taxichauffeur leerde kennen aan de bar bij de Duitse biergarten in Erbil, waar er alleen maar Indiërs, Filipino’s en mensen uit Bangladesh en Pakistan werkten. Toch eens naar vragen… “Ja, dat is een ander probleem, want eerder had ik het al over jeugdwerkloosheid. Maar in feite krijgen zij banen die de bevolking hier prima zou kunnen uitvoeren. Werken als schoonmakers, in de horeca, of in de bouw. Aan de andere kant: ze komen hierheen, en moeten jaarlijks enorm veel geld betalen voor een visum, en verdienen hier dan ook nog eens extreem weinig. Maar toch meer dan ze in hun eigen land verdienen. Ze hopen snel weer terug te kunnen, maar de praktijk wijst anders uit…zeker bij de vrouwen.”

In een niet bij naam te noemen café ontmoetten we een dag voor onze taxirit een bardame uit de Fillipijnen. Ze is pas een paar maanden in Irak, maar het is al duidelijk dat ze het werken in een vreemd land niets vindt. Ze wil over een aantal maanden weer teug naar haar familie, maar moet eerst nog even genoeg geld verdienen voor haarzelf en vooral voor haar familie. De blik in haar ogen wanneer ze begint over haar thuisland zegt genoeg: hoe eerder terug hoe beter.

“De vrouwen eindigen vroeg of laat op de een of andere manier in de prostitutie. Dan zie je ze bij hotels voor de deur staan, worden ze opgepikt door een man. Nouja, en de rest snap je wel”, aldus onze chauffeur. Die hierna een verhaal vertelt over een taxirit met een Koerd en een Russische vrouw. Hij beweert dat de Koerd de pooier was van de Russin. Ze spraken in het Engels en waren niet op de hoogte van het goede Engels van onze taxichauffeur. “Ik had dus die twee mensen in de taxi, en na een tijdje ging het erover welke mannen het beste waren en welke het ergste. De ergste vond de vrouw zonder enige twijfel de Arabieren en de Koerden. De man vroeg: waarom? De vrouw antwoordde dat die veel en veel teveel aan het praten waren. Waarna ik me met het gesprek begon te bemoeien. Ze schrokken zich dood, wisten niet dat ik Engels sprak en verstond en hebben daarna geen woord meer gezegd.”

Ook wij waren wel uitgesproken, want we hadden inmiddels onze locatie bereikt. Tegen een andere bergpartij aan lag Sulaimaniyah, de tweede stad van het Koerdisch gebied. Van hieruit zouden we later nog Halabjah bezoeken (waar in 1989 de gifgasaanval van Saddam Hussein op de Koerden en paar verdwaalde Perzen plaats vond). We bedankten onze chauffeur voor de rit, betaalden hem en checkten in bij ons hotel.

De terugrit van Sulaimaniyah naar Erbil leverde nog veel meer interessante verhalen op, waarover in een volgende blog meer…

Libanon, Bourj al-Barajneh: Dennis Bergkamp kan niet stuk.

29/07/2012 § 1 reactie

“This is a very popular area”, weet de taxichauffeur te melden terwijl we onderweg zijn naar het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp van Beiroet: Bourj al-Barajneh. Waarschijnlijk bedoelt ‘ie niet zozeer populair, maar eerder: dichtbevolkt en armoedig.

Ook dat is Beiroet. Dit is een gedeelte van de stad is waar het merendeel van de Sjiieten wonen en waar (dus) Hezbollah zijn aanhang heeft.

De taxichauffeur zet ons na een kwartier rijden af bij de ingang van het kamp. Vlak bij de ingang zie ik een parasol staan van het Nederlandse biermerk Bavaria. Zo ging het ongeveer de hele reis, overal was er wel ergens iets typisch Nederlands zichtbaar in een wereld waar Nederlanders nou niet bepaald snel voor warmlopen.

We worden rondgeleid door het kamp door een Amerikaanse student die de kinderen van Bourj al-Barajneh Engelse les geeft. Dat doet hij samen met Omar, die al zijn hele leven in het kamp woont.

We lopen door de smalle straten en zien woningen..of eigenlijk kamers, waar vier of vijf mensen tegelijkertijd moeten samenleven. Met zijn allen in één kamertje slapen in een onvoorstelbare hitte. Elektriciteit is er af en toe, alles bij elkaar opgeteld met een beetje geluk zo’n drie uur per dag. Werken mogen de Palestijnse inwoners van het kamp niet. Ze zijn statenloos, willen zelf ook hoe eerder hoe liever weg, maar dat lijkt een kansloze missie. Slechts wanneer je mensen kent en je via via onderwijs kunt volgen, zou je het kunnen redden.

Wat dat betreft heeft Omar geluk, hij volgde onderwijs, spreekt goed Engels en wil hoe eerder hoe liever naar het buitenland. Zijn oom woonde een tijd in Denemarken, wellicht dat hij daar ook wat kan gaan werken. Ik vertelde hem maar niet hoe duur het leven in Denemarken is.

Verreweg de meeste van meer dan 20.000 mensen in het kamp (opgepakt op 1 vierkante kilometer), wonen hun hele leven in het kamp dat in 1948 (na het ontstaan van de staat Israël) is opgezet. Begonnen als tentenkamp maar is uitgegroeid tot een permanent kamp, met gammele woningen. Want als je niet mag uitbreiden op de grond, moet je verder bouwen in de lucht. Hoogbouw waarbij het vaak meer geluk dan wijsheid is dat de woning blijft staan is het gevolg.

Er is één geïmproviseerd ziekenhuisje in het kamp, dat als vanzelfsprekend onvoldoende is voor de mensen in het kamp. Want ja, in zulke leefomstandigheden ga je er toch vanuit dat een gezond iemand eigenlijk een uitzondering is.

Wat ook opvalt zijn de enorme wirwar aan elektriciteitskabels die overal in het kamp rondslingeren. Jaarlijks overlijden er bij het structureren van de chaos van de kabels, mensen aan. Er is één generator die vaker niet dan wel doet waar ‘ie voor bedoeld is.

In het kamp zitten ook kantoren van Hamas, en de PLO. “Maar wat kunnen die hier vandaan dan uitvoeren?” Vraag ik Omar: “Niets, ze zijn er, je mag er geen foto’s van maken, en dat is alles. Ze kunnen verder niets doen.”

Om de zinnen te verzetten begint Omar over voetbal. Gedurende de hele reis worden we door iedereen ongevraagd herinnerd aan Euro 2012. Zo niet in dit geval. Al snel gaat het over Dennis Bergkamp. “Yeah, he is the best player in the world”, vindt Omar.

“Better than Marco van Basten?” “Yeah, much better”, “Better than Johan Cruijff?” “Bergkamp is simply the best player there is.”

Nou, dan is dat ook weer duidelijk. Terwijl we ons langs de kabels naar het huis van Omar begeven legt hij uit dat hij een enorme fan van Arsenal is. Vandaar dat hij Robin van Persie ook wel een aardige voetballer vindt, maar hij zal waarschijnlijk weggaan bij Arsenal en Bergkamp eindigde zijn lange carriere bij de Londense club. Dat geeft Bergkamp extra krediet in Omars ogen.

En zo loop je dus met iemand die zijn hele leven al in erbarmelijke omstandigheden leeft in het zuiden van Beiroet, te discussiëren over voetbal. Zo blijkt maar weer, waar ook ter wereld: mannen blijven overal hetzelfde.

Eenmaal bij Omars huis aangekomen blijkt hij de enige Arsenal fan te zijn. Anderen zijn voor Manchester United of voor Barcelona. In de kamer zitten alleen mannen, ik vraag Omar waar zijn moeder is. Zijn ouders blijken gescheiden. Maar aangezien je niet zomaar naar een andere wijk verhuist…..blijkt zijn moeder in een kamer (oftewel: woning) een verdieping lager te wonen. Zo komen de gescheiden ouders elkaar nog dagelijks tegen, simpelweg omdat het niet anders kan als inwoner van het vluchtelingenkamp.

In de kamer waarin wij zitten met de hele familie (behalve de moeder dus), staat ook een computer, de eerste site die geopend wordt is…..Facebook. Het is ook voor de grotendeels werkloze bevolking van het kamp hun blik op de wereld. Zeker voor de jongeren van het kamp. Wat dat betreft lijkt een volgende opstand slechts een kwestie van tijd….wanneer je je eigen uitzichtloze situatie vergelijkt met de wereld die zich slechts één muisklik verderop begeeft.

 

Tripoli, Libanon: Syrische spanningen aan Libanese kust.

28/07/2012 § Een reactie plaatsen

“Eerlijk gezegd: ik vind Tripoli de saaiste plek die er is”, aldus correspondent 1.

“Het heeft wel even geduurd voordat ik Tripoli leerde waarderen, in het begin vond ik het ook niks. Maar nu kan ik het wel waarderen”, aldus correspondent 2.

Er zijn wel eens positievere teksten over een stad uitgesproken. Maar toch: ik wilde het wel gezien hebben, er zelf een oordeel over vellen. En dus vertrokken we in de ochtend vanuit Beiroet naar Tripoli. Het was inmiddels week twee van onze reis, we hadden Irak inmiddels ingeruild voor Libanon. De derde dag stond in het teken van een bezoek aan Tripoli…

Een conservatieve kustplaats, tweede stad van Libanon, en (door de bevolkingssamenstelling) een stad waar bij het minste of geringste je de kogels om de oren kunnen vliegen. Want als de onrust in Syrië toeneemt, neemt ‘ie dat ook in Tripoli. Soennieten (generaliserend gezegd: tegenstanders van Assad) beschieten Alawieten (opnieuw generaliserend: voorstanders van Assad) en andersom. Lang niet overal overigens, maar in bepaalde wijken is het maar beter om je gezicht niet te tonen.

Een uur of twee nadat we vertrokken uit Beiroet, waarbij het alleen al een drie kwartier duurde voor je Beiroet uit was, kwamen we aan in Tripoli. Conservatief of niet, het eerste dat ik zag was een van de zaken van Wooden Bakery, een grote broodketen in Libanon, waarvan het symbool een Hollandse molen is. Kortom: ik voelde me toch een beetje thuis.

Nadat we de bus uitstapten snel het hotel opgezocht, spullen gedumpt en de stad verkennen: al snel ontmoetten we een lokale gids die zowaar drie jaar in Nederland bleek te hebben gewoond. We vonden hem bereid om voor 10.000 Libanese Lira (2,50 euro per persoon) een anderhalf uur durende rondleiding door de stad te geven. Van moskeeën tot bibliotheken, van de bazaar tot de betere restaurants, we kregen het te zien en de bijbehorende verhalen te horen. Of ze nou allemaal op waarheid berusten blijft altijd de vraag, maar een goed verhaal moet je natuurlijk nooit dood checken.

Onze gids had een grote voorliefde voor bier, en dan wel halve literblikken bier die ‘ie in winkels waar ze achterin (zodat het niet vanaf de straatkant gezien kan worden) allerhande alcoholische toestanden verkochten. “Ikke even drinken. Lekker”, aldus de gids in zijn beperkte Nederlands. In het Engels vertelde ‘ie later dat er nog maar weinig toeristen naar Tripoli kwamen en dat als hij een rondleiding gaf, hij altijd bij een aantal zaken langsging waarvan hij wist dat hij achterin de winkel bier kon drinken. Want achterin de winkel, daar kan niemand je zien. Moslims en alcohol…dat gaat natuurlijk niet samen. Maar onze gids was erg flexibel zo bleek.

Toen we terug liepen over de bazaar vertelde de man ook dat er tegenwoordig veel meer producten uit Turkije werden geïmporteerd voor de bazaar, eerder kwam een groot deel uit Syrië, maar dat lag allemaal wat gevoelig sinds maart 2011 (op 15 maart 2011 was de eerste ‘Dag van de woede’ in Syrië). Een ander voorbeeld waarin de actualiteit een rol speelde in Tripoli was het enorme aantal vluchtelingen die richting Tripoli vluchtten: “Ze zijn lang niet allemaal geregistreerd als vluchteling, want er zijn er heel veel die hier bij familie terecht kunnen. De laatste maanden alleen al zijn er hier duizenden Syriërs naartoe gekomen die onderdak vonden bij familie.” Los van de samenstelling van de bevolking waarbij het zo is dat een Soennitische en een Alawitische wijk naast elkaar liggen, is de situatie door de ‘verborgen’ vluchtelingen er niet bepaald relaxter op geworden in Tripoli. De conservatieve stad gaat gebukt onder het geweld in Syrië. Bij het minste of geringste laait de spanning tussen Soennieten en Alawieten op, met beschietingen tot gevolg.

De laatste tijd was het echter redelijk rustig in de stad. De ramadan zat eraan te komen, de hitte was de ergste sinds tijden, en iedereen leek met van alles bezig behalve met de strijd in Syrië.

Totdat we terugkwamen in ons hotel. Het eerste nieuws over een aanslag in Syrië waarbij onder meer de minister van Defensie van Syrië om het leven zou zijn gekomen kwam binnen via CNN. “Als het hier maar rustig blijft”, was het eerste dat er door m’n hoofd schoot. Niet heel lang erna volgden de eerste schoten in de stad. “Dat komt door de Ramadan. Mensen zijn blij dat Ramadan eraan komt, vandaar de schoten”, aldus de hoteleigenaar die niet de allerbeste leugenaar bleek. Een ongeloofwaardiger antwoord op de vraag waar het geweervuur vandaan kwam was nauwelijks denkbaar.

Toch maar even de straat op, aangezien het leven ‘gewoon’ bleek verder te gaan in hartje Tripoli. Het eerste wat ik hoorde was, naast zo nu en dan een schot, de muziek van Ibrahim Qashqoush, een zanger die in 2011 een anti-Assad nummer zong in Hama. Het nummer werd via YouTube een hit, maar de zanger moest het wel met de dood bekopen, hij werd niet veel later zonder tong in zijn mond dood langs de straat gevonden.

Het gaf iets aan over de sfeer op straat: hier zaten de tegenstanders van het regime in Syrië. Wat ongemakkelijk vroeg ik maar wat er aan de hand was. “We are celebrating the events in Syria. It’s great news. We are getting closer to our victory”, wist een marktkoopman te melden. “Mabrouk” (gefeliciteerd), zei ik maar, hoewel ik me ook niet echt een houding wist te geven.

Vreugdevuren dus, die steeds dichterbij kwamen en steeds luider klonken. Maar omdat iedereen er rustig onder blijft, blijf je dat zelf ook. Er is nog een filmpje dat ik gemaakt heb waarin ik zeg: “Ach ja, af en toe komt het wat dichtbij, maar ja…je kunt ook niet alles hebben”, terwijl we rustig verder slenteren door de straten van de stad.

Later op de dag lopen we naar de oude Citadel. Die wilden we toch ook wel eens zien. De Citadel ligt in een conservatief gedeelte van Tripoli, althans….de posters van de Egyptische president van de Moslimbroederschap, Morsi, waren er in overvloed. Eenmaal bij de Citadel aangekomen horen we opnieuw geweervuur. Toch maar doorlopen, we zien wel…maar nee, de Citadel is vandaag niet voor ons bereikbaar. Of we gek geworden zijn vraagt de man die ons wegstuurt zich af. Het leger is er in grote getale aanwezig.

Behalve die Citadel hadden we Tripoli wel gezien…het was los van die paar kogels zo nu en dan inderdaad een niet al te dynamische plek op aarde (en dat is nog diplomatiek uitgedrukt…). Dus met de taxi maar naar een plaatsje genaamd El-Mina, waar het een en ander te doen schijnt te zijn bij het water. Nou, dat was wellicht een aantal jaar geleden, maar meer dan wat visserbootjes en een zwemplek waar het aantal zwemmers op een hand viel te tellen was het niet. Kortom: terug naar Tripoli. En dat was waar het mis ging.

We pakten een taxi, die ons via een andere route naar Tripoli bracht. Na enige minuten gereden te hebben reden we een straat in waar aan het begin van de lange straat een verslaggever voor een tv-camera verslag stond te doen van wat er verderop in de straat gebeurde (hoewel we dat op het moment dat we met de taxi hierlangs reden nog niet wisten). Een paar meter achter de verslaggever stonden wat mensen met de ‘nieuwe’ vlag van Syrië (met groen in de vlag in plaats van rood, kortom: oppositie, tegenstanders van het regime van Assad).

Verder in de straat begon het geluid van overvliegende kogels weer. Eerst verder weg en slechts enkele, later dichterbij en veel meer dan enkele. We waren op de een of andere ongelukkige manier terechtgekomen op de straat die de Soennitische en Alawitische wijk van elkaar scheidde. En daar stonden we dan met onze slechts Arabisch sprekende taxichauffeur op een open ruimte terwijl hij niet meer verder durfde. Nadat ik nog iets riep van “back, go back now” had onze chauffeur een ander briljant plan opgevat. We moesten bukken, zodat we niet gezien konden worden, en dan zou hij het gaspedaal wel vol intrappen zodat we zo snel mogelijk uit dit gedeelte van Tripoli raakten.

En zo geschiedde…met een snelheid waarvan ik dacht dat het rijdende wrak waarin we zaten nooit zou halen, scheurden we de wijk uit. Terwijl de intensiteit van de beschietingen niet afnam, maar de intensiteit waarmee onze taxichauffeur zich als een Schumacher door Tripoli begaf ook enorm toenam. En dan ineens….

….bevind je je weer in een kleine straat waar er niets te merken valt van welke onrust dan ook. Een paar honderd meter verder kopen mensen gewoon hun groente, vlees en (nee geen aardappelen) kleding in winkeltjes niet al te ver van het stadscentrum.

Het hotel hebben we die dag overigens maar verlaten, anders hadden we voor ons gevoel niet meer kunnen doen dan in de hotelkamer blijven. Nadat we later nog meer schoten in de buurt hoorden hebben we de bus terug gepakt naar Beiroet. Waar we een paar uur later alweer aan het bier zaten, in een van de vele hippe barretjes in studentenwijk Hamra in Beiroet. Het contrast kon moeilijk groter. Hoewel Libanon in het algemeen en Beiroet in het bijzonder je blijven verbazen….er zouden nog vele contrastvolle dagen volgen, waarover een andere keer meer….

Aan het eind van de dag dat wij Tripoli bezochten bleek er 1 dode te zijn gevallen en raakten er nog eens 8 mensen gewond. Tot op de dag van vandaag vallen er nog wekelijks gewonden vanwege beschietingen. Deze week heeft het Libanese leger weer in moeten grijpen om de boel niet uit de hand te laten lopen.

Irak, een mooi vakantieland (1)

24/07/2012 § Een reactie plaatsen

De eerste plannen voor de zomervakantie 2012 werden gemaakt in Amsterdam. “Zullen we naar Irak gaan”, zei een vriend tegen mij. “Euhm…nou…ik wil nog niet dood ofzo” was mijn antwoord.

“Ik was zo bang van iedereen dat ik met niemand wilde praten, al moest ik erachter zen te komen waar ik was. Als ik niet veilig vanuit Irak Syrië of Turkije in wist te komen was ik mijn leven niet zeker.” – Jared Cohen, Kinderen van de Jihad, pagina 262. (Cohen belandde per ongeluk in Mosul)

Dat, inclusief de beelden van de oorlog in Irak, was ongeveer het beeld dat ik van het land had. Kortom: niet bepaald Zuid-Frankrijk. Het afgelopen jaar heb ik me suf gelezen over het Midden-Oosten, met veel interessante mensen over de geschiedenis, de politieke situatie, de veiligheid en de toekomst van allerhande Arabische landen gesproken, en ook over het Perzische Iran staan een aantal boeken en films in mijn boeken/filmkast. Maar gek genoeg was Irak (los van de geschiedenis van de Irak/Iran oorlog en het nieuws over de inval van Irak) een soort blinde vlek gebleven.

“Nee ik bedoel niet Baghdad, ik bedoel Noord-Irak, het Koerdisch gebied. Wat Jared Cohen erover schrijft klinkt wel goed”, aldus die vriend…nadat ik mijn twijfel kenbaar maakte.

“De eerste dagen wachtte ik op iets beangstigends. Als ik dacht op een trainingsterrein voor opstandelingen te stuiten, bleek het een voetbalveld; waar ik haat tegen de Amerikanen verwachtte, vond ik figuren die me omarmen wilden. Dit was niet het Irak dat ik op het nieuws gezien had. Maar ja, hoe vaak krijgt Iraaks Koerdistan dan ook aandacht van de populaire media?” – Jared Cohen, Kinderen van de Jihad, pagina 237.

Na het lezen van die passage was ik om. Dit moest ik eens met eigen ogen zien en meemaken.

Een paar maanden later landden we midden in de nacht in de hoofdstad van Iraaks Koerdistan, Erbil.

En het grappige is dat alles wat je dan in Nederland of ieder ander westers land ‘normaal’ vindt, daar als iets heel bijzonders ziet. Te weten: grote luxe shopping malls waar Hoog Catharijne een puntje aan kan zuigen; hoogbouw en moderne panden die je in Nederland niet zo snel tegenkomt; een ijshal en modern buitenzwembad (waar in het weekend bijna geen mens meer bij kan zo druk is het); midgetgolf banen; Hollandse Gouda kaas; een Duitse biergarten incl. bed & breakfast.

Bij die Duitse biergarten bleven we de eerste twee nachten slapen. In die dagen ontdekten we Erbil, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan. Een stad met een historisch stadshart, waar de oude citadel ligt en ook een grote traditionele bazaar ligt. Volgens historici is het zelfs de oudste stad ter wereld. ‘S avonds is het centrum de hang-out voor de mensen die opzoek zijn naar wat verkoeling, er is namelijk ook een plein met fonteinen.

Daarnaast is Erbil ook een stad waar enorm veel wordt gebouwd. Waarschijnlijk iets teveel, want er wordt door diverse mensen (waaronder de investeerders zelf!) al gesproken over een vastgoedbubbel in Koerdistan. De huizenprijzen stijgen binnen no-time enorm. Daarover schreef onder meer journaliste Judit Neurink de volgende blog: “When will the bubble burst”.

Het ene moment bevind je je in een hypermoderne shopping mall, het andere moment (eigenlijk aan de overkant van de straat), zie je huizen waarvan je je nauwelijks van kunt voorstellen dat er mensen in wonen. Vergelijkbaar met de wijk Bulaq in downtown Cairo waar ik vorig jaar door werd rondgeleid.

Ondanks dat het Koerdisch gebied een autonome regio is binnen Irak, en het land met sprongen vooruit gaat, is het nog verre van ‘af’. Er wordt gesproken over corruptie, over hoge jeugdwerkloosheid en over een gebrek aan ontwikkelde onafhankelijke media. Over dat laatste: we zijn op bezoek geweest bij het Independent Media Centre Kurdistan in de zuidelijke stad Sulimaniyah, waar eerder genoemde Judit Neurink de directeur is. Een interessant en noodzakelijk centrum waar we trainers ontmoetten en spraken over de situatie in het land.

Sulimaniyah ligt in het zuid-oosten van het Koerdisch gebied, tegen de bergen aan. Een prachtige locatie voor de een-na-grootste stad van de regio. Je rijdt er in een goede twee en half uur heen met een taxi vanuit Erbil. En er zitten goede en betaalbare hotels. De taxichauffeur die ons naar Sulimaniyah bracht sprak goed Engels (een zeldzaamheid) en wist veel over de situatie in het land te vertellen, waarover wellicht in een andere blog meer. De route via de bergen is adembenemend. Je hebt er prachtige vergezichten, waarbij je met de auto wel wegen met een stijgingspercentage van meer dan 20 procent (ja, we hebben de bordjes met percentages zien staan) moet bedwingen.

Het centrum van Sulimaniyah ligt eigenlijk aan 1 lange straat: Salem-street, die later overgaat in Malawi-street. Hier bevinden zich cocktailbars, goede restaurants en verderop ook een enorme bazaar. En waar je verwacht door iedereen naar binnen te worden gelokt om iets te kopen, blijkt ook dat vooroordeel totaal niet op te gaan: bijna niemand spreekt je aan. Als mensen je al aanspreken is het uit nieuwsgierigheid. En dan gaat iedereen er voor het gemak vanuit dat je zaken komt doen in het gebied (aangezien er zoveel buitenlandse investeerders in het land zitten). Als je dan vertelt op vakantie te zijn, is een eerste reactie verbazing (bijna een zelfde verbazing als die ik in Nederland vaak zag toen ik vertelde naar Koerdisch Irak te gaan), maar daarna slaat het om in enthousiasme: welcome in Kurdistan. Aangezien geen Koerd spreekt over Koerdisch gebied, bijna iedereen noemt het Koerdistan. Ik noem het vooral: een land in opbouwfase, verre van af, maar qua ontwikkeling al zoveel verder dan veel andere landen/gebieden in de Arabische regio. Waarover de volgende keer meer……

De Formule 1 wereld krijgt bloed aan haar handen in Bahrein…

16/04/2012 § Een reactie plaatsen

“En we zijn er over een week weer. Dan vanuit Bahrein. Tot dan”, aldus de tv-commentator na de Formule 1 race van China.

Liever niet tot dan.

F1-baas Bernie Ecclestone beweerde over Bahrein: “Ik ken mensen die er wonen en het is er erg rustig en vredig.”

Even wat korte voorbeelden van de situatie in het land. (zie onderstaande links)

“Rouwprocessie Bahrein loopt uit de hand”

“Vrijheid of marteldood”

“Rights activists aim to stop Bahrain auto race”

“F1: No one wants to go to Bahrain – journalist”

“Why Formula 1 is playing with fire by sticking to its guns over the Bahrain Grand Prix”

Als je, zoals Ecclestone doet, de situatie gewoon ontkent, dan is er inderdaad geen reden om niet naar Bahrein te gaan. Of als je zoals de voorzitter van de FIA, Jean Todt, zegt dat je slechts bent geïnteresseerd in sport, niet in politiek, dan moet je vooral gaan.

Maar dan had je vorig jaar ook moeten gaan.

En dan moet je nooit meer klagen over gewonden of doden die er vallen vanwege demonstraties tegen de race in Bahrein. Dan moet je de regering van Bahrein steunen die de race door wil laten gaan en niet de mensen die opkomen voor hun rechten.

Vorig jaar sprak F1-coureur Mark Webber zich nog uit tegen racen in Bahrein. Als enige Formule 1 coureur. Maar ook zijn ruggengraat is flexibel, want dit jaar laat hij het volgende optekenen: “Als Formule 1-coureur heb ik een contract met mijn team. Het team heeft een contract met de FIA die een WK van twintig races houdt. Wij gaan naar die circuits en racen. Zo ligt het.”

Er is slechts 1 iemand die uit morele overwegingen niet naar Bahrein afreist, een cateringmedewerkster van het Williams F1-team, het gevolg? Haar contract werd ontbonden.

Blijkbaar moet koste wat kost een race plaatsvinden waar ongetwijfeld tegen gedemonstreerd gaat worden, waarbij mensen worden beschoten, verwond en gearresteerd. Wat wellicht niet gebeurt als de F1 race niet was doorgegaan. Er zullen ongetwijfeld nog demonstraties in het land plaatsvinden ook na de race, en ook als de race niet zou doorgaan. Maar 1 ding is zeker: de race zal in elk geval niet bijdragen aan minder demonstraties, minder politieke gevangenen en minder gewonden en doden.

Ohja, en waarom horen we relatief weinig over Bahrein eigenlijk? Zie de link naar het artikel van het Amerikaanse The Atlantic’ “The American PR Firm Helping Out Bahrain’s Brutal Monarchy”

UPDATE:

In onze uitzending van de TROS Nieuwsshow van 21 april ging het ook over de Formule 1 race in Bahrein en de politieke situatie in het land.

Complex Syrië, een jaar in radiogasten samengevat

09/04/2012 § Een reactie plaatsen

De situatie in Syrië is ongelooflijk, er vallen tientallen doden per dag, en NGO’s proberen zo goed en zo kwaad als het gaat humanitaire hulp te bieden aan de Syrische bevolking. Maar de situatie is ook ongelooflijk complex. Een aardige schets van hoe complex de situatie is, biedt een samenvatting van de mensen die we het afgelopen jaar over de opstand in Syrië te gast hebben gehad in de Nieuwsshow.

Hieronder een korte samenvatting:

Iba Abdo, politicologe en Syrisch-Nederlandse : te gast op 14 mei 2011. “Mensen eisen vrijheid, eisen democratie, gelijke rechten en bescherming van minderheden.”

Petra Stienen, oud-diplomate en in die hoedanigheid jaren woonachtig in Syrië: te gast op 7 juli 2011. “Ze hebben steeds de angstkaart gespeeld, dan zeggen ze: als Assad weg is, dan gebeurt er wat er in Libanon gebeurd is, of wat er in Irak gebeurd is, en dat is niet ondenkbaar. Als straks Assad weg is, zal er nog heel veel op dat vlak moeten gebeuren.”

Munir Abdulrahman, Syrisch-Nederlandse activist, te gast op 13 augustus 2011: “De revolutie kost altijd bloed en is niet meer te stoppen. De mensen hebben geen angst meer.” “Verder is het land niet veranderd sinds ik 26 jaar geleden weg ben gegaan.”

Jorn Decock, journalist eerder woonachtig in Damascus, te gast op 31 december 2011: “Elke voorspelling die ik in het voorbije jaar gedaan heb is verkeerd gebleken. Iedereen zat voortdurend fout met zijn voorspellingen. Uiteindelijk denk ik dat wat het regime de das om zal doen de economie is, die is compleet stilgevallen. Het regime valt zonder geld, ze zijn aan het bedelen bij zakenmensen die zij zelf rijk hebben gemaakt.”

Yvonne Donders, hoogleraar mensenrechten, te gast op 4 februari 2012: “Zelfs de Amerikanen zijn vrij optimistisch. We kunnen niet helemaal voorspellen dat er niets gaat gebeuren.”

Peter Vandermeersch, hoofdredacteur NRC Handelsblad, te gast op 11 februari 2012: “Er worden verdorie kinderen aan flarden geschoten in Syrië en dat moeten we blijven aanklagen.”

Marno de Boer, militair historicus, te gast op 11 februari 2012: “Begin januari was het nog vrij rustig in Damascus. Enorme sfeer van angst, zowel voor het regime als wat er daarna gaat komen.” “De oppositie is handig in het bespelen van de publieke opinie.”

Garrie van Pinxteren, China-deskundige van Instituut Clingendael, te gast op 11 februari 2012: “Je kunt beter aan het onderhandelen blijven, hoe moeilijk dat ook is.”

Daad Kajo, Syrisch-Nederlandse auteur, te gast op 10 maart 2012: “Ze kunnen daar gewoon regime uitschelden. Regime is zo druk met gewapende opstandelingen en heeft daardoor minder energie over voor de rest van de mensen. Ze kunnen in openbaar alles plaatsen op Facebook.” “Ik heb nog nooit in mijn leven meegemaakt dat Assad-familie zoveel aanhangers had in Syrië zoals nu. Omdat er nu zoveel bange mensen zijn die achter het regime staan, ze zien hem als iemand die hun veiligheid verzekerd.” “Er zijn verhalen dat Alawieten achter Assad staan, maar dat is niet waar. Ook zij zijn benadeeld.”

Leon Willems, directeur Free Press Unlimited, te gast op 10 maart 2012: “Het is hartstikke moedig wat die burgerjournalisten doen. We moeten ze helpen.”

Maarten Zeegers, Arabist en auteur van boek “Wij zijn Arabieren, portret van ondoordringbaar Syrië”, te gast op 7 april 2012: “Dit gaat nog heel lang duren, de rebellen en de demonstranten hebben geen overweldigende meerderheid. De kans dat ze het regime omverwerpen is gewoon klein. Conflict blijft aanmodderen. Maar in principe blijft conflict net zo erg als maanden geleden, er vallen nog altijd tientallen doden per dag.”

  • Bas in een paar woorden

    Journalist met een mening...deze blogs zijn dan ook op persoonlijke titel.